Waarom je transvet beter kunt vermijden

Een dieët met veel verzadigd vet verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en een hoog (slechte LDL) cholesterol. Daarom wordt er geadviseerd verzadigde vetten zoveel mogelijk te vervangen met onverzadigde (zachte en vloeibare plantaardige vetten). Lees hier meer over verzadigde en onverzadigde vetten.

Naast verzadigd vet moeten we extra oppassen met de hoeveelheid transvet in onze voeding. Transvet is namelijk nog slechter voor onze gezondheid dan verzadigd vet en zorgt voor een hoger risico op hart- en vaatziekten.

Bronnen van transvet

In melk en vlees van herkauwers zoals koeien en schapen komt transvet van nature voor. Ook melkproducten als kaas en roomboter bevatten dus transvet. Het ontstaat in de maag van herkauwers onder invloed van darmbacteriën.

Transvetten ontstaan ook bij het industrieel gedeeltelijk harden van vetten. Bij het volledig harden van onverzadigd vet ontstaan geen transvetzuren. Het industrieel (gedeeltelijk) harden van vet is een bewerkingsproces van oliën en vetten om de houdbaarheid te vergroten en om de structuur te verstevigen. Het wordt gebruikt voor de bereiding van harde margarines, frituur-, bak- en braadvetten en voor het maken van snacks, gebak en koek. In het verleden konden harde margarines en bak- en braadvetten veel transvet bevatten. Tegenwoordig zit er minder transvet in producten door bepaalde wetgeving die erop toeziet dat de hoeveelheid transvet wordt verminderd.

Nu de wetgeving ervoor gezorgd heeft dat er minder transvet in onze voeding zit, zijn de belangrijkste bronnen van transvetten dus kaas, volle melk en roomboter. Door te kiezen voor magere melk, magere kaas en plantaardige oliën kun je de hoeveelheid transvetten in je voeding verder verminderen.

Advies: verminder de hoeveelheid transvet in jouw voedingspatroon

Transvetten zijn schadelijk voor de gezondheid. Daarom raadt de gezondheidsraad aan om maximaal 1% van alle calorieën die je op een dag binnenkrijgt uit transvet te halen.

Transvet moet dus zoveel mogelijk worden beperkt in onze dagelijkse voeding. Kies daarom zoveel mogelijk voor zacht of vloeibaar plantaardig vet en eet snacks zoals koek en gebak met mate. Kies vaker voor magere melk, magere kaas en beperk daarnaast de vleesconsumptie (maximaal 500 gram per week).

Goed nieuws. Uit cijfers van de voedselconsumptiepeiling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu blijkt dat 95 tot 99% van de Nederlanders voldoet aan het advies van de Gezondheidsraad.